Een langdurige samenwerking tussen een zelfstandige en één opdrachtgever leidt niet vanzelfsprekend tot een arbeidsovereenkomst. Dat bevestigt het Gerechtshof Den Haag in een recente uitspraak over een web ontwikkelaar die als zzp’er bijna vijftien jaar werkzaam was bij de Unie van Waterschappen. Hoewel er verschillende omstandigheden wezen op een dienstverband, waren de aanwijzingen voor zelfstandig ondernemerschap volgend het Hof zwaarder. 

De uitspraak is interessant in een periode waarin de juridische kwalificatie van zzp-relaties volop onder de aandacht staat. Deze zaak geeft weer dat er niet door één factor uitgegaan mag worden van een dienstverband, het gaat om het totaalbeeld van de feitelijke samenwerking. 

Het Hof paste bij de beoordeling van de zaak de bekende oogpunten van het Deliveroo-arrest toe. Daarbij worden alle omstandigheden van de arbeidsrelatie in onderlinge samenhang beoordeelt. Een aantal factoren wijzen wel degelijk in de richting van een arbeidsovereenkomst: werknemer was oorspronkelijk in dienst, er was sprake van persoonlijk arbeid en de samenwerking duurde bijna 15 jaar. 

Toch besloot het Hof dat de overige omstandigheden zwaarder wogen. Er vonden onderhandelingen over tarieven plaats, de zzp’er was zelf verantwoordelijk van het opstellen van zijn contracten en zijn declaraties fluctueerde maandelijks, in plaats van een vast salaris. 

Hoewel de zzp-relatie, mede met het oog op de toenemende aandacht voor schijnzelfstandigheid, steeds kritischer onder de loep wordt genomen, laat dit arrest zien dat de rechter niet zonder meer aanneemt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarmee bevestigt het arrest dat niet de duur van de samenwerking, maar de feitelijke invulling daarvan uiteindelijk bepalend blijft voor de vraag of sprake is van werknemerschap.